Noorwegen – Klimaat

Ondanks dat Noorwegen op dezelfde hoogte ligt als Siberië, Alaska en Groenland, heeft het een mild klimaat. Reden is de aanwezigheid van de warme Atlantische golfstroom, waardoor de zee nooit bevriest. Noorwegen kent een zeeklimaat, een landklimaat en een poolklimaat. Maar door het ruige terrein kent het land veel klimaatverschillen op korte afstand. Zo ligt het natste plekje en het droogste plekje van het land relatief dicht bij elkaar.

Het zuiden en de fjordenkust in het westen kent een zeeklimaat. Elders in het binnenland heerst een landklimaat. In het zuiden gaat dit gepaard met een warme zomer. In het noorden krijgt het landklimaat met koele zomer de overhand. Ook direct langs de kust is er een landklimaat, bijvoorbeeld in Tromsø. In de bergen en in het hogere noorden heerst een poolklimaat.

Temperatuur
NoorwegenDankzij de warme Atlantische golfstroom is de gemiddelde temperatuur in Noorwegen langs de kust mild. In Bergen is het gemiddeld 7,7 graden en ook in het noorden neemt de gemiddelde temperatuur nauwelijks af. In Trøndelag is deze 5,3 graden en in Bodo (boven de poolcirkel) nog steeds +4,6 graden. De vuurtoren van Helnes (Noordkaap) kent een gemiddelde temperatuur van 2,3 graden.

Kouder wordt het pas in de bergen. Het zuidelijke Geilo op 810 meter hoogte heeft een jaartemperatuur van 1,0 graden. Ook langs de grens met Finland op het Finnmark Plateau is het koud. In Sihccajavri is de gemiddelde jaartemperatuur -3,1 graden. In de bergen is het op veel plaatsen gemiddeld -4 graden, soms wel -8 graden.

Zomer
Het warmste gebied is in de zomer te vinden in Østlandet en in delen van Sørlandet. In Oslo is het in juli het warmst en zijn de maximumtemperaturen vergelijkbaar met in De Bilt. De hoogste temperatuur in Noorwegen ooit, werd genoteerd in Nesbyen. Op 20 juni 1970 werd het hier 35,6 graden. In het noorden wordt het in de zomer overdag zo’n 18 graden. Dankzij de middernachtzon wordt het hier ook af en toe tropisch. De hoogste temperatuur in deze regio is gemeten in Sihccajavri (Finnmark). Op 23 juni 1923 werd het hier 34,4 graden. Vriezen doet het zomers uiteraard op de gletsjers in het westen. De -8,3 graden die werd gemeten in Fanaråken is de officiële laagste julitemperatuur.

Winter
In de winter tempert het relatief warme zeewater de ergste vorst. Langs de kust van Vestlandet tot aan de Lofoten is de temperatuur in januari en februari ’s nachts iets boven het vriespunt. De temperatuur is vergelijkbaar met die in De Bilt. In het binnenland daalt de temperatuur, ook vanwege de hoogte, tot -13 graden. Op het Finnmark Plateau zelfs tot -15 graden.

Karasjok in Finnmark is de koudste plaats van Noorwegen. Hier wordt het jaarlijks op 28 dagen kouder dan -30 graden. Karasjok is recordhouder met als absolute minimum -51,4 graden op 1 januari 1886. Alle kouderecords van de maanden november tot en met april staan op naam van Karasjok.

Temperaturen tot onder de -40 graden zijn niet ongewoon in het binnenland. Ook in het zuidelijke Østlandet kan het zo koud worden, alhoewel niet ieder jaar -40 graden wordt opgetekend. Bij een sterke zuidelijke wind kan door het föhneffect de temperatuur in het midden van het land flink oplopen. Op 23 februari 1990 werd het in Sunndalsøra (ten zuidwesten van Trondheim) 18,9 graden. Dit is een hoger temperatuurrecord dan in Zweden of Denemarken.

Neerslag
Neerslag in Noorwegen bestaat uit frontale neerslag, stijgingsneerslag en buien. Frontale regen is het meest voorkomend en hangt samen met depressies die vanaf de Atlantische Oceaan Noorwegen bereiken. De frontale neerslag ontstaat op het scheidingsvlak van vochtige zachte lucht uit het zuiden en koele droge lucht in het noorden. Frontale neerslag valt het gehele jaar door en dankzij de opstuwing in de bergen ontstaat stijgingsregen. Op 50 kilometer landinwaarts valt de meeste stijgingsregen. Buien vallen meer in de zomer, wanneer de convectie het sterkste is.

De meeste neerslag valt in de herfst en winter en dan vooral in het gebied tussen Bergen en Alesund. In Brekke (ten noorden van Bergen) valt jaarlijks 3575 millimeter regen. Andere plaatsen in de buurt hebben vergelijkbare hoeveelheden. Ook zijn er veel regendagen. In het nabijgelegen Takle bijvoorbeeld valt op 101 dagen per jaar meer dan 10 millimeter neerslag, op 44 dagen meer dan 25 millimeter regen en op 19 dagen meer dan 40 millimeter regen. Het is het natste gebied van Europa. Brekke is ook recordhouder op het gebied van de jaarlijkse neerslag. In 1990 werd 5596 millimeter neerslag gemeten. Vermoed wordt dat de gletsjers in het westen zelfs jaarlijks 5000 millimeter neerslag per jaar valt.

Østlandet en Finnmark hebben minder te maken met depressies. Deze regio’s liggen in de zogenaamde regenschaduw van de bergen of gewoon buiten de gemiddelde depressieroute. De meeste neerslag valt hier zomers uit buien. In Finnmark mag dan gemiddeld jaarlijks zo’n 360 millimeter neerslag vallen, het droogste gebied is in het zuiden te vinden. Op enkele honderden kilometers van het natte westen, ligt het droge Sjak met jaarlijks slechts 278 millimeter.

Sneeuw
Vanaf september blijft de eerste sneeuw liggen en in juni verdwijnt de laatste sneeuw uit het land. In het zuidwestelijke Sola duurt de winter van november tot en met maart. In Sola ligt ook de minste sneeuw. Op 12 dagen per jaar noteert men hier een sneeuwdek van 5 centimeter of hoger, maar naarmate het terrein in Zuid-Noorwegen hoger wordt neemt het aantal dagen snel toe. In Geilo is dit aantal dagen al gestegen tot 190 dagen per jaar. Bijna net zoveel als het geval is in Finnmark, 2000 kilometer noordelijker. Ook een kustplaats als Tromsø kent een hoog aantal dagen met sneeuwbedekking, namelijk 188. Tromsø is tevens de plaats waar ook gemiddeld genomen het hoogste sneeuwdek ligt. Op 124 dagen per jaar is het hier dikker dan 50 centimeter. In Sola komt nooit een sneeuwdek van 50 centimeter voor. De meeste sneeuw ligt in februari en maart.

Zonneschijn
De zon schijnt niet uitbundig in Noorwegen. Langs de kust regent het vaak en als het niet regent is er laaghangende bewolking. Bergen komt tot 1223 uur zon per jaar en Bode en Tromsø doen het al niet veel beter. Ronduit somber is het ook in Finnmark. Ondanks de middernachtzon schijnt de zon in Karasjok slechts 1090 uur. Beter is het in Østlandet met in Oslo 1632 uur zonneschijn. Kristiansand in het zuiden heeft met 1795 uur het meeste aantal uren zon. En dan is meer dan in De Bilt die jaarlijks 1477 uur zonneschijn heeft.

bron: Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie

This entry was posted in Noorwegen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.